ZUIVER

De chassidim zijn de zuiveren. Na het incident met Aron Berger luidde de vraag of het geoorloofd is om een vrouw niet de hand te schudden. Maar misschien geeft dat incident iets anders te denken: dat zuiverheid geen plaats heeft in de politiek. Daarmee is niet gezegd dat politiek gedoemd is om smerig en corrupt te zijn. Wel dat het in de politiek gaat om het eervolle compromis, om de proportionele verdeling en om de billijke betrekkelijkheid. Wie ernaar streeft zuiver van ziel te zijn, kan enkel het gevoel krijgen in de politiek zijn ziel te verliezen. Maar wie aan de zuiverheid van zijn ziel vasthoudt, zal nooit een betere wereld stichten.

 

DE WASDRAAD

 

Op deze eerste zomerse dag in april hangt het vers gewassen beddengoed buiten te drogen. Vanop het terras zie ik hoe de witte lakens wiegen in de warmte van de voorjaarszon. Ze klimmen en dalen, ze strekken en bollen, ze waaien en dansen, en betoveren de omsloten tuin met de adem van verre luchten. Ik kijk naar hun zotte beweging en denk aan straks, als het zachte katoen ons omarmt en ons met de geur van wind en licht de vrijheid van de slaap schenkt. Vandaag is april de meest gulle onder de maanden.

 

 

 

 

 

REQUIEM VOOR EEN OFFICIER

Laten we een klein memoriaal oprichten voor Arnaud Beltrame, luitenant-kolonel van de Franse gendarmerie.

Omdat hij zijn taakomschrijving ver achter zich liet,

Omdat hij veel meer deed dan zijn plicht,

Omdat hij zonder voorbehoud handelde en onvoorwaardelijk deed wat hij goedachtte,

Omdat hij geloofde,

Omdat hij geloofde dat een offer, hoe onvoorspelbaar ook, zin heeft,

Omdat hij niet zijn eigen leven als de hoogste waarde beschouwde, maar verantwoordelijkheid ten aanzien van de wereld en zijn medeburgers…

Adieu, Arnaud Beltrame. A Dieu…

Rimbaud de zoon — Pierre Michon

Vroegrijp en hondsbrutaal, schrijver van bevlogen brieven en ondoorgrondelijke orakelspreuken, alchemist van het woord, auteur van betoverende en enigmatische verzen, communard, zutist, zwerver, ontdekkingsreiziger, wereldbestormer – Arthur Rimbaud was het allemaal en nog veel meer. Zijn leven is vanaf zijn geboorte in 1854 goed gedocumenteerd: zijn kindertijd in Charleville, waar hij op school de ene prijs na de andere wegkaapt, zijn onverzadigbare leeshonger die de illusie wekt als zou hij op zijn zestiende al de poëziegeschiedenis van Homerus tot Baudelaire hebben doorgenomen, zijn uitdagend optreden in de artistieke bohème van Parijs, waar zijn raadselachtige gedichten ontploffen als literaire tijdbommen, de getuigenissen van Paul Verlaine en anderen die hem omschrijven als ‘stinkend naar genie’.

Kort na zijn vroegtijdige dood in 1891 begint de mythografie: door zijn jeugdvriend Ernest Delahaye, die Arthurs onophoudelijke stroom van verzinsels als zoetekoek slikte, door zijn leraar Georges Izambard, die niet opgewassen bleek tegen de branie van zijn hoogbegaafde leerling, door zijn zus Isabelle, die Arthurs seksuele esbattementen, zijn drugsverleden en zijn breuk met het katholicisme wou uitvegen.

Maar wie was Arthur Rimbaud? Wie was dat rotjoch, dat twaalf keer van huis wegliep en dus elf keer terugkeerde naar de boerderij in de Franse Ardennen, in Roche, door hem ‘Wolfshol’ genoemd’, waar zijn kenau van een moeder, die hij de troetelnaam ‘Schaduwmond’ gaf, hardhandig de plak zwaaide? Volgens Pierre Michon is hij bovenal ‘zoon’, de zoon van Frédéric Rimbaud, kapitein in het Franse leger, die, nadat hij vier kinderen verwekt had bij zijn eeuwig kijvende vrouw, definitief de hielen lichtte en zich bij zijn regiment in Dijon voegde, en de zoon van Vitalie Cuif, een onheilsschepsel, dat afwisselend gebeden en verwensingen uitbraakte. Misschien waren zijn verzen niets anders dan een poging om de klaroen van verre garnizoenen te koppelen aan de rozenkrans van weesgegroetjes en vervloekingen. Michon tast de geschiedenis af, leest de brieven, luistert naar de verhalen over die rauwe cynicus die continu de pest in had, bekijkt de overgeleverde foto’s, waarop Arthur zijn helblauwe ogen toeknijpt tot een vuile, strakke blik die als een dreigend geheven vuist de omgeving te lijf gaat. Hij beschrijft in een barokke taal die tegelijk huivert en bewondert, hoe de dichtkunst een jongen van nauwelijks vijftien in de greep krijgt, als een monster opvreet en weer uitspuwt. Wat rest, is een oeuvre – van een onrustbarende en onvatbare schoonheid.

 

 

Pierre Michon, Rimbaud de zoon. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1998, 103p.

ROME AAN DE SCHELDE

De Grote Roerganger heeft gesproken. De Romeinen zouden onze snel-Belg-wet naïef gevonden hebben.

Et alors? Of in het Antwerps: Quid ergo?

Wie de geschiedenis van Rome bestudeert, stelt vast dat keizer Caracalla (die niet echt bekend staat om zijn zachtaardigheid) in een edict van 212 bepaalt dat alle vrije inwoners van het Imperium (dat zich toen ongeveer uitstrekte van Schotland tot de Sahara en van Portugal tot Irak) het Romeins burgerschap verkrijgen. Welke lessen wij daar vandaag moeten of kunnen uit leren, is allesbehalve duidelijk. Historische parallellen trekken blijft een uiterst precaire zaak.

Wie bij de Romeinen advies inwint, kan ook het volgende vragen:

Wat zouden de Romeinen gedacht hebben van het hoofddoekenverbod of van religieuze neutraliteit?

Wat zouden ze gedacht hebben van een migratiestop of een terugkeerbeleid?

Wat zouden ze gedacht hebben van de weigering om de landen aan de andere kant van de Middellandse Zee bij de Europese Unie te betrekken?

Wat zouden ze gedacht hebben van een Unie van soevereine staten?

(Of om het af te leren: Wat dachten ze in het jaar 212 van het christendom?)

En om het helemaal af te leren: Sapiens nihil affirmat quod non probat.

PERSVRIJHEID

Journalisten die echt verbolgen zijn over de leugenachtigheid van een democratisch regime en de leugens van politici met wie ze al eens dineerden,

journalisten die hun carrière oprecht verbinden met persvrijheid,

een dagblad dat echt naar kwaliteit streeft en die kwaliteit zoekt in de waarheidsgetrouwe weergave van feiten,

een dagblad dat in de naam van persvrijheid zijn toekomst als beursgenoteerd bedrijf in gevaar brengt,

rechters voor wie de grondwet meer is dan een vodje papier en die van oordeel zijn dat ‘The press is to serve the governed not the governors’,

een vrouw die zonder haar moeder- en weduwschap te verloochenen de volle verantwoordelijkheid opeist voor de publicatie van zogenaamd geheime documenten –

dit is geen buitenaards sprookje, maar The Post, het relaas van wat zich in 1971 afspeelde tussen New York en Washington, gebracht door Steven Spielberg in magnifieke samenwerking met een gedreven Tom Hanks en een ingetogen Meryl Streep.

MAART

Stop de ijzige kou! Weg met de sneeuw! Halt aan de snerpende wind! Maart doet zijn intrede en deelt bevelen uit die cito presto in acht worden genomen. In een mum van tijd wordt de winter wandelen gestuurd. Maart tekent present: niet het schuchtere optreden van een frêle jonkvrouw die Lente heet, maar de montere dadendrang van een krijger, genaamd Mars, kordaat en doortastend. Rechttoe, rechtaan, zonder dralen, het voorjaar rukt op – als een leger des heils.

OUDERS EN KINDEREN

 

Het ultieme relatietaboe wordt het genoemd: kinderen die scheiden van hun ouders, volwassen kinderen die beslissen om elk contact met (één van) hun ouders stop te zetten. Uit onderzoek blijkt dat die scheiding in ongeveer 10% van de ouder-kind-relaties voorkomt. Verder dat ze niet altijd het gevolg is van onoverkomelijke conflicten tijdens de opvoedingsjaren van het kind en dat de ouder in kwestie niet echt begrijpt wat er aan de hand is, terwijl het kind het gevoel heeft dat het duidelijk verwoord heeft wat er scheelt.

Hoe onbeholpen zijn wij, mensen, hoe kwetsbaar in onze intiemste relaties, hoe breekbaar in wat ons ter harte gaat, hoe reddeloos in ons streven. Hoeveel angst, hoeveel schaamte schuilt in onze diepste verlangens… Hoe worden we in de steek gelaten door de woorden en gebaren waarover we menen te beschikken…

 

 

DRESDEN

Zijn gestotter aanhoren, zijn gestotter zien – ik vond het onverdraaglijk. De broer van mijn moeder kwam vaak bij ons op bezoek, maar luisteren naar zijn gebroken zinnen die door mijn ouders werden aangevuld, kon ik niet aan. Ik holde de tuin in. Voor de oorlog kon je er geen speld tussen krijgen, zei mijn moeder, hij kon alles haarfijn uitleggen. Na de oorlog kwam hij thuis met een afschuwelijke spraakstoornis: hij bleef niet haperen aan bepaalde klanken, het was alsof hij in zijn woorden stikte. Het leek alsof hij niet durfde zeggen wat hij wou zeggen, en daarom de woorden die in zijn mond bleven steken, bij voorbaat wou inslikken. Alsof hij zichzelf vervloekte omdat hij het had over de aardappelen in zijn moestuin, of over het gebrek aan organisatie bij de telefonie waar hij werkte, en niet over dat andere, dat onvoorstelbare, dat onzegbare. De oorlogsjaren, die hij om een geheimzinnige reden in Duitsland heeft doorgebracht, hebben hem verwoest, hebben van hemzelf, van zijn ziel, een ontoegankelijk mijnenveld gemaakt. Nu, op de begrafenis, vertrouwt zijn jongste broer mij toe dat hij het bombardement op Dresden heeft meegemaakt. In de nacht van 13 op 14 februari 1945, vandaag 73 jaar geleden, werd de barokstad door de Geallieerden in een vuurstorm vernield. Mijn oom zal nooit bij de tienduizenden slachtoffers gerekend worden, hij is er niet gestorven, zijn leven is er gestopt.

 

ICARUS

In de zon verbrand ik, zegt hij. Het gebeurt wel vaker dat in zijn uitspraken meerdere lagen verborgen zitten. Hij bedoelt niet alleen dat hij een gevoelige huid heeft. Maar ook dat hij het verhaal van Icarus kent en niet te pletter wil storten. En dat hij een plaats wil bekleden die om een minimale geheimhouding vraagt, om een oponthoud in de luwte. Dat hij wil handelen vanuit de vrijplaats van een schaduw.

Niet de duistere cenakels van de macht die het daglicht niet verdragen, wekken zijn interesse. Maar gaandeweg daagt bij hem het besef dat je misschien echt iets kan verwezenlijken als je in een eerste fase het al te felle licht van de openbaarheid mijdt. Hij zoekt niet de duisternis die verstopt en wegmoffelt, maar de schaduw die beveiligt en behoedt.

In de zon verbrand ik, zegt hij, als het ware langs zijn neus weg. En die gelaagde uitspraak baadt in de schaduw die ze zelf werpt.