STRAATARM

Het wacht mij op in de kelder van Petit Palais in Parijs. Het is een schilderij van een mij onbekend schilder, Fernand Pelez. Het stelt een moeder voor die met vijf kinderen op straat leeft: drie kinderen slapen op jute zakken, een vierde krijgt de borst, een vijfde zit helemaal links in de hoek en kijkt mij, zoals de moeder, recht in het gezicht – met ogen als van een dode. Het middelpunt van het doek, waar de twee diagonalen elkaar kruisen, wordt ingenomen door de zuigeling die op het hoofd een wit kapje draagt. Dit wit vangt en weerkaatst het licht, maar dit lichtpuntje wordt op de rest van het doek overschaduwd door vale en vuile kleuren. Links boven het hoofd van de vermoedelijk oudste jongen hangt een affiche die een Grande Fête aankondigt. Twee woorden op een verkleurde en gescheurde affiche volstaan om een onoverbrugbare maatschappelijke kloof zichtbaar te maken. Het schilderij dateert uit 1883 en heet Sans asile.

BERCEUSE VOOR TF

 

Meneer Theo Francken, welterusten.

Slaap maar lekker in je mooie nette huis.

Denk maar niet te veel aan al die verre kusten

waar ook mensen zitten, eenzaam, zonder thuis.

Denk maar niet aan al die mensen die verrekken,

hoeveel vrouwen, hoeveel kinderen zijn vermoord.

Droom maar dat u aan het langste eind zult trekken

en geloof van al die tegenstand geen woord.

En u zult toch ook zo langzaamaan wel weten

dat er mensen zijn die ziek zijn van geweld,

die het leed en de ellende niet vergeten

en voor wie nog steeds een mensenleven telt.

Droom maar niet te veel van al die dode mensen,

droom maar fijn van overwinning en van macht.

Denk maar niet aan al die vredeswensen,

meneer Theo Francken, slaap zacht.

 

 

(Vrij naar Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot)

 

 

Het raadsel Spinoza — Irvin D. Yalom

Alfred Rosenberg, verwoed antisemiet en rabiaat nazi-ideoloog, is zijn leven lang geobsedeerd door Spinoza, de uit Portugal afkomstige, in Amsterdam wonende, zeventiende-eeuwse filosoof van Joodse origine. Die obsessie begint in zijn jeugd, op het moment dat hij verneemt dat de Duitse genieën uit het verleden, Goethe, Hegel en Nietzsche, diepgaand door Spinoza zijn beïnvloed. Hij raakt helemaal in de war, als hij te weten komt dat Spinoza tot het zo door hem gehate Joodse ras behoorde. Zijn verwarring wordt verbijstering, als hij ontdekt dat de Joodse gemeenschap van Amsterdam in 1656 de banvloek over Spinoza heeft uitgesproken. Is Spinoza een Jood of niet?

De roman is onderverdeeld in 33 hoofdstukken, die zich beurtelings in het zeventiende-eeuwse Nederland en in het twintigste-eeuwse Estland en Duitsland afspelen. Het eerste verhaal begint in Estland, waar Rosenberg opgroeit, en gaat verder in München, waar een stelletje intellectuele minkukels erin slaagt om met een partij die zowel nationaal als socialistisch is, politieke zeges te behalen. Het tweede voltrekt zich in Amsterdam, waar Spinoza geëxcommuniceerd wordt omwille van zijn moderne opvattingen over God, de Joodse eredienst en de Heilige Schrift.

Yalom hanteert een opmerkelijke verteltechniek. Het grootste deel van zijn roman bestaat uit gesprekken: enerzijds tussen Rosenberg en een jeugdvriend, die geïnteresseerd is in de opkomende psychoanalyse en de mogelijkheden van de talking cure uitprobeert; anderzijds gesprekken waarin Spinoza zijn theorieën over God, het menselijk intellect, de hartstochten en de democratie uiteenzet. Zo brengt de roman een hulde aan de kracht van zelfreflectie: hoe het denken de overwinning behaalt op bijgeloof en onwetendheid en hoe het onvermogen om te denken de mens opsluit in vooroordelen omtrent ras en bloed; hoe gedachteloze mensen elkaar in een ijzeren greep van achterdocht houden en hoe het denken aan mensen de kracht geeft om de eenzaamheid te omhelzen.

 

 

Irvin D. Yalom, Het raadsel Spinoza. Amsterdam, Balans, 2012, 430p.

KERSTWENS 2017

Wees niet bevreesd wanneer de vlagen gaan

rondom uw huis – het is uw aards verblijf.

Wees niet bevreesd als ziekte u komt slaan –

uw lichaam was altijd een aards verblijf.

Zonder bekommernis laat u ontgaan

roem, eer en staat; zij zijn een aards bedrijf.

Maar wees bevreesd wanneer de tranen gaan,

de bevende, om wat is aangedaan

door u.

De liefde is uw eeuwige verblijf.

 

 

 

Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2001, p. 389.

EWA JA

 

Naar verluidt, hebben Vlaamse leerlingen een leesachterstand in vergelijking met hun leeftijdsgenoten in andere Europese landen. Dat is toch haast niet te geloven, als je bedenkt hoe de leerlingen in Vlaanderen gestimuleerd worden om creatief met taal aan de slag te gaan en hoe die creativiteit uitmondt in vondsten als ‘ewa ja’. Ruud Hendrickx, redacteur van het Van Dale-woordenboek, wijst erop dat ook in de afgelopen jaren de uit tienduizenden woorden bestaande woordenschat van de Nederlandse taal verrijkt is met pareltjes van vernuft: ‘wajo’, ‘beire’ en ‘boeieeeuhh’. Ach, wie maalt om lezen, als je zo kan scheppen?

 

RADICAAL

Radicaal worden ze genoemd, ze zouden moeten deradicaliseren of gederadicaliseerd worden. Zoals vaak, verraadt een vreemde woordenschat een verwrongen kijk. ‘Radicaal’ is afgeleid van ‘radix’, het Latijnse woord voor ‘wortel’. Het radicale heeft wortels. Hebben de IS-strijders wortels? Zijn ze niet eerder ontworteld? Losgeslagen? Zo ontworteld dat ze bereid zijn om gelijk wat te doen: vrouwen verkrachten, zichzelf opblazen, ziekenhuizen bombarderen, Palmyra verwoesten…

Mensen hebben wortels nodig: in de samenleving, in de familie, bij vrienden, in de taal die ze spreken, in herinneringen, in beloftes… De ontwortelde voelt zich nergens thuis, heeft geen enkele band, voelt zich met niets of niemand verbonden. Heeft verleden noch toekomst, en voltrekt wat nooit zou mogen gebeuren, nu.

 

DE KERSTRUÏNE

Weinig evenementen vind ik zo irritant als de kerstmarkten die sinds enkele jaren in de maand december de pleinen en parken van steden inpalmen. Ik verfoei die schijnbaar niet te verzadigen drang tot commercialisering en die grenzeloze hang naar opgeklopte joligheid. Het geloof in de geboorte van een goddelijke redder hebben we als een achterhaalde leugen verworpen, maar we verwelkomen een dikbuikige goedzak. We vieren vrede op aarde door schnaps te drinken, oliebollen te eten en debiele cadeaus uit te wisselen. Hoe afkerig men ook staat tegenover (het verleden van) de kerk, ik begrijp niet dat men potentieel zinvolle rituelen zo laat uithollen. Traditioneel konden feesten ook momenten van verstilling zijn: Allerzielen bijvoorbeeld of Kerstmis. Maar Allerzielen is verdrongen door Halloween, de zielen verjaagd door zombies, en de heiligheid van de stille nacht heeft plaats gemaakt voor de veiligheid van een rendier met rode neus. Met de herdertjes die lagen bij nachte en de sterre die bleef stille staan, is kitsch altijd een onderdeel geweest van het kerstgebeuren, maar ik heb het gevoel dat die vroeger ingebed lag in een overkoepelend verhaal. Nu lijkt die kitsch alles te overwoekeren en elke betekenis te ruïneren.

 

28 NOVEMBER

Op 28 november zou hij 106 geworden zijn. Maar hoewel hij al 47 jaar dood is, hef ik op zijn verjaardag het glas met zijn lievelingsdrank: cognac. En zo hebben we een gesprek: over de koers, de Ronde van voor de oorlog met de gebroeders Maes, over de rivaliteit tussen Gino Bartali, de vrome, en Fausto Coppi, de man van de wereld met zijn Donna Bianca, of die tussen Fred De Bruyne en Rik Van Looy, en over de diefstal van ‘De rechtvaardige rechters’, het paneel van Het Lam Gods, en de mysterieuze betrokkenheid van Arsène Goedertier, de koster uit Wetteren, en over de oorlog, hoe het Belgische leger absoluut niet uitgerust was om de Duitse Blitzkrieg te weerstaan, hoe ze bij de artillerie, waarvan hij deel uitmaakte, nauwelijks obussen hadden en hoe hij krijgsgevangen genomen werd aan de Leie in Deinze, of over de repressie, hoe jammer hij het vond dat Albert Servaes na de oorlog België moest ontvluchten, want hij hield wel van zijn schilderijen, zoals ‘Communicanten op weg naar de mis’ met het lieflijke kerkje van Afsnee, waarvan een kopie in onze living hing. En hij zegt mij eens te meer ‘Doe wel en zie niet om’. Ik vertel hem wat er na zijn dood gebeurd is: over mijn studies, over mijn huwelijksleven, over mijn kinderen – en om het verhaal af te maken: over Tom Boonen en dat Het Lam Gods nu al jaren gerestaureerd wordt. Nooit houdt het op, want vader is een comparatief zoals nader.

MET DISCRETIE

In deze maand november, die in het teken staat van de dodenherdenking, trof ik bij de Argentijnse dichter Roberto Juarroz een prachtig vers aan.

 

De ingehouden handelwijze van de dood brengt ons van streek.

Omdat wij de een na de ander doodgaan,

alsof elk deeltje van een lichtflits,

elk blad aan een boom

of elke baksteen van een huis

op eigen houtje uiteenvalt,

vergeten wij dat alles stervende is.

Even ingehouden zijn

het donker dat voortkruipt,

de droogte die toeneemt,

de ruïnes die de weg omzomen

en de langzaam uitdijende kerkhoven

 

Nos confunde la actitud discreta de la muerte.

Al ir muriendo uno a uno,

como si cada particular de un rayo de luz,

cada hoja de árbol

o cada ladrillo de una casa

se fuera desintregrando por su cuenta,

olvidamos que todo está muriendo.

Similar contención

ocurre con la sombre que avanza,

la sequía que crece,

las ruinas que flanquean los caminos

y los cementerios que aumentan lentamente

 

 

(Elfde verticale poëzie. Uitgeverij P, 2001.)

NOVEMBER

De milde zon van de nazomer schuift grenzen tussen het groen. Het licht neemt af, maar kleurt de bomen met het palet van een fauvist: de linde geel, de esdoorn rood, de wilde wingerd paars, de eiken ros. Straks laten de blaren los, tuimelen het lange gras in en dansen, onder regie van de wind, hun laatste pirouettes. De bloemen doven: broze herfstrozen verliezen hun kroon, bleke chrysanten waken bij het graf. Nog één keer ruikt de aarde en ademt de moede geur van humus en nat hout. Dan wordt alles stil. Alleen de kreet van de kraaien blijft. Zij strijken als zwarte banieren over het verlaten veld.