HOOGTE

Hoogte kan worden bepaald, zelfs de grootste hoogte kan worden gemeten. We hebben het over het hoogste gebouw ter wereld, de hoogste berg, de hoogste waterval. Hun hoogte is meetbaar en kan dan ook vergeleken worden: de Eifeltoren is hoger dan de Boerentoren.

Maar er bestaat een hoogte die zich aan het meten onttrekt: het absoluut hoge, het verhevene of het sublieme. Het Duits maakt een onderscheid tussen ‘erhoben’ en ‘erhaben’. ‘Erhoben’ is het opgetilde, wat in de hoogte geheven is; ‘erhaben’ is het verhevene, het sublieme, wat helemaal niet hoog of groot hoeft te zijn, wat misschien wel klein van afmetingen is, zoals een Middeleeuws miniatuurschilderij. Het verhevene blijft onmeetbaar en daarom uniek en onvergelijkelijk. Welke maat zou er zijn om sublieme kunstwerken als ‘Zicht op Delft’ van Johannes Vermeer en ‘De waterlelies’ van Claude Monet met elkaar te vergelijken?

De Allerhoogste: zo werd of wordt in het Jodendom naar God verwezen. Zijn naam mag niet worden uitgesproken. In de Hebreeuwse tekst staan vier letters: jod hee vav hee – het tetragram J H W H, in het Westen verklankt tot Jahweh. Hij is de Allerhoogste, de verhevene, de absolute hoogheid. Geen hoogte, maar hoogheid. Die we ook in het kleinste kunnen terugvinden, zoals een Duits gezegde suggereert: ‘Gott steckt im Detail’.

Dit alles lees ik in de volgende verzen van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska:

Op geen enkele plaats is meer hemel

dan op enige andere.

De hemel drukt even absoluut

op een wolk als op een graf.

De mol kan zich even hemels voelen

als de uil die zijn vleugels wiegt.

Zelfs de hoogste bergen

zijn niet dichter bij de hemel

dan de diepste dalen.

MINDER

‘Para Libo’, voor Libo: zo luidt de korte dedicace op het eind van Roma, de film van Alfonso Cuarón. De regisseur draagt zijn deels autobiografische film op aan de meid uit zijn kinderjaren. We volgen het reilen en zeilen van een doktersgezin in de wijk Roma van Mexico-stad rond het jaar 1970. De meid, die in de film Cleo heet en van Mixteekse origine is, is de hele dag, van ’s morgens tot ’s avonds, in de weer: de binnenkoer schrobben, hondenpoep opkuisen, de kinderen wekken en aankleden, wassen, bedden opmaken, de vaat doen, thee zetten, de telefoon – die zo goed als nooit rinkelt omdat iemand hààr wil spreken – opnemen en de hoorn doorgeven na die schoongemaakt te hebben, enzovoort. Wordt ze mishandeld of getreiterd? Neen. De kinderen hebben haar graag, waarschijnlijk liever dan hun eigen moeder, en ook de vrouw des huizes heeft een minimaal besef van wat Cleo allemaal doet en hoe onmisbaar ze is. Als ze zwanger raakt en de vader verstek geeft, wordt ze niet ontslagen; integendeel, ze kopen haar een babybedje.

Maar onverdraaglijk is de vanzelfsprekendheid die haar bestempelt als de eeuwige ondergeschikte, de mindere zonder recht op een eigen leven en onverdraaglijk is de nooit bevraagde overtuiging dat ze het eigenlijk wel getroffen heeft met dat doktersgezin. Dat is wat de film toont en zo zet hij ons op weg naar een wereld die echt een einde maakt aan de ongelijkheid tussen klassen, rassen en seksen. Let’s have a dream…

STAAN

‘Waar ik voor sta, is waar ik op sta…’ las ik gisteren op een spandoek van de klimaatbetogers in Leuven. De boodschap was, als vanzelfsprekend, in het Engels geformuleerd: ‘What I stand for, is what I stand on’. De aarde is niet alleen de bodem onder onze voeten, ze is ook datgene wat ons mentaal recht houdt. Al onze biologische noden hebben een psychische uitloper: zuivere lucht laat ons op adem komen, de fysieke zwaartekracht houdt ons met beide voeten op de grond, water verfrist ons, een heldere hemel klaart ons op, de wind laat ons uitwaaien, waar we op staan, is wat we belangrijk vinden en niet gemakkelijk opgeven… De aarde heeft ons niet alleen biologisch gevormd, ze schenkt ons niet alleen het leven, maar de volheid van wie wij zijn.

 

GEDICHTENDAG 2019

Verzet begint niet met grote woorden

maar met kleine daden

 

zoals storm met zacht geritsel in de tuin

of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

 

zoals brede rivieren

met een kleine bron

verscholen in het woud

 

zoals een vuurzee

met dezelfde lucifer

die de sigaret aansteekt

 

zoals liefde met een blik

een aanraking iets dat je opvalt in een stem

 

jezelf een vraag stellen

daarmee begint verzet

 

en dan die vraag aan een ander stellen

 

 

 

 

Remco Campert, Betere tijden. De Bezige Bij, 1970.

GEBROSSEL

Sommigen willen per se het jongerenprotest tegen het uitblijven van een toekomstgerichte milieupolitiek onderuit halen en bespottelijk maken. Ze spijbelen. Nu de studenten zich bij de scholieren willen aansluiten, openen zich nieuwe perspectieven: ze brossen, want studenten spijbelen niet. En ‘brossen’ heeft een bijkomend voordeel, het is een handig rijmwoord: ze brossen voor de bossen. Het is wachten op ‘hossen’ zoals in het populaire lied van de jeugdbewegingen. ‘Brossen voor de bossen’: alsof het hier het zoveelste album van Suske en Wiske betreft. Als men de terechte verontwaardiging en authentieke zorg van de jongeren maar niet ernstig hoeft te nemen. En het niet over het eigen, jarenlange ‘gebrossel’ hoeft te hebben.

 

NEFAS

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog stuurde Bertolt Brecht de volgende bedenking de wereld in: ‘Wat zijn dat voor tijden waarin een gesprek over bomen bijna een misdrijf is omdat het een zwijgen over zoveel wandaden inhoudt?’ Hij zinspeelde op de verkrachting van de Duitse taal door het nationaalsocialisme. Een beukenbos was niet langer een onschuldig onderwerp, want in dat woord lag Buchenwald verscholen, het concentratiekamp vlakbij Weimar, de stad van Schiller en Goethe. In de brandhaard van Buchenwald werden niet alleen tienduizenden mensen omgebracht, maar werden ook de Duitse taal en dichtkunst in het hart getroffen.

Het aantal niet te voeren gesprekken is intussen enkel toegenomen. Wat zijn dat voor tijden waarin een gesprek over bomen, het weer en de lucht, over de Middellandse Zee, over voetbal… bijna een misdrijf is omdat het zoveel wandaden verzwijgt? Wat zijn dat voor tijden?

 

DOEN ALSOF

Een kort zinnetje uit het toneelstuk Gesprek met de regen van auteur Stijn Devillé blijft door mijn hoofd spoken: ‘Doen alsof… is ook doen.’ Een man en een vrouw verliezen hun kind, een tienermeisje. Ze beslissen onze contreien te verlaten en hun leven verder te zetten in Singapore, waar de vrouw in een multinational een hoge functie krijgt aangeboden. Ze hebben het moeilijk, ze rouwen elk op hun eigen manier, zij door hard te werken, hij door wandelingen in de regen te maken. In een wat bitse woordenwisseling werpt zij hem voor de voeten: ‘Je doet maar alsof.’ Hij riposteert: ‘Doen alsof… is ook doen.’

In een extreme situatie, als een kind sterft of een geliefde, ben je volledig het noorden kwijt. Je hebt het gevoel dat alles verloren is. Toch wil je niet bij de pakken blijven zitten en helemaal in indolentie wegzakken. Je weet niet wat gedaan, maar je beslist wel om iets te doen. Je bent compleet in de war, maar je neemt een beslissing, je doet alsof je weet wat je wil. Je bent het spoor bijster, maar je slaat een bepaalde richting in, je doet alsof je weet wat je met je leven wil aanvangen. En zo… door te doen alsof, door iets te doen, kom je stilaan op je pootjes terecht en vind je jezelf terug. Doen alsof draagt niet langer het masker van hypocrisie en bedrog. Nu wordt het een zoektocht naar wat echt van belang is.

KERST 2018

 

 

Niet iets

 

Ik weet het zeker, misschien is wat ons

de ene dag niet en de andere plots wel doet bestaan,

 

misschien is wat ons uit stof opwaait

tot wat we bij voldoende zichtbaarheid elkaar noemen,

 

misschien is wat licht geen tijd geeft,

tijd geen ruimte en ons geen kans zonder droom,

 

misschien is alles wat ons een leven lang optilt

boven de put die deze bol is

 

niet iets om zomaar te geloven.

 

 

 

 

 

Stijn Vranken

(opgetekend in Watou)

 

MOORDSTROOKJE

Het woord van het jaar 2018 is “moordstrookje” – een akelig geschikt woord voor een brutale werkelijkheid: de honderden kilometers fietspaden in Vlaanderen die alleen door een stippellijn afgescheiden zijn van de autoweg. Het diminutief “-je” maakt het woord niet vriendelijker, maar zet de cynische wreedheid van de realiteit extra in de verf. De vier “o’s”, die anders wel eens verwondering of verrukking suggereren, drukken nu enkel ontzetting uit.

Je kan het woord zonder diminutief ook achterstevoren lezen: koortsdroom. Laat de realiteit van de moordstrook zo kortstondig zijn als een koortsdroom.

MENSENRECHTEN

Zeventig jaar geleden, op 10 december 1948, werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens door de Verenigde Naties goedgekeurd. Die internationaal erkende mensenrechten hebben inderdaad geleid tot een beperking van de soevereiniteit der nationale staten. Alleen moeten we daar niet om treuren. Soevereiniteit is een vreselijk principe: soevereiniteit is het recht om de noodtoestand af te kondigen, het recht om de grondwet af te schaffen, het recht om zich buiten het recht te plaatsen, en vanuit die buiten-wettelijke en buiten-rechtelijke positie uitzonderlijke beslissingen te nemen en bevelen uit te vaardigen. Soevereiniteit kent enkel het recht van de sterkste. Omdat soevereiniteit door niets gebonden is en geen regel of afspraak respecteert, zijn in de naam van soevereiniteit de meest afschuwelijke misdaden gepleegd, misdaden die – niet toevallig – gedefinieerd worden als ‘misdaden tegen de mensheid’. Daarom is het een goede zaak dat de internationale wetgeving die op de mensenrechten steunt, nu door een migratiepact wordt aangevuld en dat ons land ook dat pact heeft ondertekend.