DE VOLKSVERTEGENWOORDIGING

‘Daar is geen draagvlak voor.’ Hoe vaak hebben we die uitspraak de afgelopen weken gehoord? ‘Er is geen draagvlak voor het optrekken van de pensioenleeftijd, of voor rekeningrijden, of voor een vliegbelasting, of voor een vermogensbelasting…’ De politicus die deze uitspraak doet, legt niet uit hoe dat de facto geconstateerd wordt. En vraagt zich verder niet af of het in politiek gaat om het vaststellen van een draagvlak dan wel om het smeden van een draagvlak.

Wat wordt door de volksvertegenwoordigers vertegenwoordigd? Wat weerspiegelt de volksvertegenwoordiging? Iets wat er al is? Of iets wat zou moeten worden verwezenlijkt? Is de vertegenwoordiging een verdubbeling en herhaling of een vernieuwing?

Laten we een voorbeeld nemen: is er een draagvlak voor de gelijkheid van man en vrouw? Zo niet, zullen we die droom dan maar opbergen? Wat is het punt van een democratisch gesprek: vaststellen dat er geen draagvlak is, dat de eensgezindheid ontbreekt, dat het volk verdeeld is of zoeken naar welke eensgezindheid kan worden tot stand gebracht en de verdeeldheid opheft?

‘Daar is geen draagvlak voor’ lijkt een eerlijke uitspraak, gebouwd op een objectieve waarneming. Ze kaart aan wat volgens een bepaalde politicus of partij niet haalbaar is, maar wel nodig. In feite legt ze een falen bloot. Het zou eerlijk zijn om te zeggen: ‘Ik ben er niet in geslaagd om hiervoor een draagvlak te creëren’ of ‘Ik heb nagelaten om hiervoor een draagvlak te creëren’. Dat wil zeggen: ‘Ik heb niet gedaan wat ik zelf eigenlijk noodzakelijk acht.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *