IN MEMORIAM HILARY MANTEL

‘Opstaan’, buldert de vader, niet omdat zijn zoon als een luiwammes te lang in bed ligt, maar omdat hij zijn zoon in een zatte koleire nog maar eens neergeknuppeld heeft.

‘Opstaan.’

            Geveld, verdwaasd, zwijgend: hij is gevallen, languit neergeklapt op de kasseien van de binnenplaats. Zijn hoofd is opzij gedraaid, zijn ogen zijn op het hek gericht, alsof er hulp te verwachten valt. Eén goedgeplaatste klap zou nu zijn dood betekenen.

            Bloed uit de jaap op zijn hoofd – het resultaat van zijn vaders eerste inspanningen – druipt over zijn gezicht, en zijn linkeroog zit dicht, maar als hij moeite doet, kan hij vanuit zijn rechterooghoek zien dat het stikwerk van zijn vaders laars rafelt. De twijn is losgesprongen van het leer, en een harde knoop erin heeft nog een snee in zijn wenkbrauw getrokken.

            ‘En nou opstaan!’

Met die scène begint Wolf Hall, het eerste deel van Hilary Mantels trilogie over Thomas Cromwell en Hendrik VIII. In medias res, zoals dat heet, want geschiedenis is altijd al begonnen. Een gewelddadige scène, want geschiedenis is vaak redeloos en wreed. Tegelijk geeft die scène te verstaan dat Thomas van jongs af geleerd heeft zich te verweren: hij, de zoon van een onbehouwen smid, zal het tegen alle maatschappelijke regels in schoppen tot de belangrijkste minister in het bestuur van Hendrik VIII.   

Met veel oog voor detail – ‘de twijn is losgesprongen’ – vertelt Hilary Mantel hoe het er aan toegaat in het wespennest van het Engelse hof: de nietigverklaring van het huwelijk tussen Hendrik VIII en Catharina van Aragon, het huwelijk met Anne Boleyn, de terdoodveroordeling van Anne, het huwelijk met en de scheiding van Anna van Cleef, de breuk met Rome en het katholicisme, de moeilijke verhoudingen met de Duitse vorstendommen en het lutheranisme, het wantrouwen tussen Engeland, Frankrijk en Spanje – al die grote historische ontwikkelingen leiden geen onafhankelijk bestaan boven de hoofden van de betrokkenen, maar worden integendeel voorwerp niet alleen van politiek gekonkel en heerszucht, maar evenzeer van persoonlijke inzet en engagement. We zijn aanwezig bij de gesprekken tussen de koning en de koningin, Thomas Cromwell en zijn staf, Thomas More, de familie Boleyn, de kardinaal, de bisschoppen en de ambassadeurs. We zien wat ze eten en drinken, welke kleren ze dragen, wat voor weer het is, hoe ze lachen of hun frustratie verbijten, hoe ze schipperen en falen maar niet opgeven.

Met veel sympathie schildert Mantel haar hoofdfiguur, de zo succesrijke Thomas Cromwell, die toch uit de gratie valt en op het schavot eindigt. Ze portretteert hem als een man van de moderniteit met rationele opvattingen over religie en onderwijs, economie en tewerkstelling, geld en sociale gelijkheid. Haar heengaan in de week dat Queen Elizabeth II ten grave gedragen wordt, is een van die bizarre coïncidenties. Haar trilogie is een monument.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.