AAN DIGGELEN

Terwijl ik naar de rellen in Brussel en Rotterdam kijk en lees hoe de zogenaamde vrijheidsbetogingen door extreemrechts gespuis geïnfiltreerd werden, gaan mijn gedachten uit naar verzen van de Ierse dichter William Butler Yeats.

Things fall apart, the centre cannot hold,

Mere anarchy is loosed upon the world.

The best lack all conviction, while the worst

Are full of passionate intensity.

Yeats schreef deze verzen in 1919, toen de door de oorlog verzwakte wereldbevolking geplaagd werd door een pandemie van Spaanse griep. Sommigen ramen het dodental op meer dan 50 miljoen.

De dingen vallen stuk, het midden houdt geen stand,

Je reinste anarchie is op de wereld losgelaten.

De besten ontbreekt het aan overtuiging, terwijl de slechtsten

Vervuld zijn van een hartstochtelijke intensiteit.

Hopelijk valt de geschiedenis niet helemaal in herhaling…

ELF NOVEMBER

Op 11 november overvalt mij elk jaar opnieuw de treurnis dat de beloofde vrede uitblijft. Ik vraag mij af of onze manier van herdenken zelf daar schuld aan heeft. Misschien is ons herdenken te triomfalistisch, waarbij we vergeten  dat wereldoorlogen geen overwinnaars kennen, maar alleen een verwoeste wereld achterlaten – een wereld die de zogenaamde overwinnaars meesleurt in de nederlaag en de catastrofe.

Here was the world’s worst wound.

Schreef de Engelse dichter Siegfried Sassoon, toen hij door de na de Eerste Wereldoorlog opgerichte Menenpoort in Ieper liep. Hij verafschuwde het monument omdat hij het aanzag als een verheerlijking van de oorlogsgruwel. Their name liveth for ever vond hij een beschamende en arrogante uitspraak die miskent dat duizenden jonge mannen in een roemloze afslachting geofferd en als naamloos kanonnenvlees verslonden zijn.

Wat doen we als we op 11 november de wapenstilstand vieren? Zorgen we voor ‘Nooit meer oorlog’ door de oorlog te gedenken? Hoe ontsnappen we aan de paradox van de herinnering: we staan in de herinnering stil bij het verleden en koesteren daarbij de hoop dat de schanddaden uit het verleden niet herhaald worden? Hoe kan herinnering herhaling tegengaan? Hoe voorkomen we dat the world’s worst wound blijft etteren?

RIP NONKEL PATER

‘Weet je wat ik van Damiaan geleerd heb?’ Hij wachtte niet op het antwoord, maar vervolgde met enige stelligheid: ‘Dat je niet mag opkomen voor jezelf en rechtvaardigheid eisen. Rechtvaardigheid betekent dat je opkomt voor de ander.’

Het was een korte, maar onvergetelijke uitwisseling van woorden en gedachten, toen ik hem met de auto naar huis bracht, naar het klooster van de paters Picpussen op de Sint Antoniusberg in Leuven.

Hij sprak die woorden vanuit een onwankelbaar geloof in Damiaan. Alsof de moedige man van Molokaï zich niet alleen over de melaatsen ontfermd had, maar ook de betrouwbaarheid van het zo besmeurde en beproefde christendom moest waarborgen.

Hij zou deze maand 93 worden. Hij was op weg naar 70 jaar priesterschap. Requiescat in pace, hij ruste in vrede, waar de blijde boodschap van naastenliefde stil nagalmt.

OKTOBER

Hoe kort kleurt de dag.

Onhoorbaar rimpelt de rivier tussen de eens zo rijke velden waar de warmte draalt, het seizoen zijn heengaan vertraagt.

Het land beklijft, terwijl de rozen hun laatste gloed uitdragen en de kruinen pronken met hun donker loof.

Nog even viert het herfsttij, nog wordt het afscheid geweerd.

Otje O

Het liefste wat er bestaat, heeft intussen leren lopen. Hij waggelt nu het huis door, overal onontgonnen mogelijkheden ontdekkend. Zijn speelgoed laat hij links liggen, want interessanter dan autootjes om mee rond te rijden zijn stoelen om te schuiven. Interessanter dan potjes om torens te bouwen zijn krukjes die je op de kop kunt zetten en stapelen. De keuken is een paradijs, het lievelingsapparaat de wasmachine die als bergkast en als echoput dienst doet. In de wasmachine liggen nu een balpen, een duplofiguurtje, een pinnenmuts en twee wilde kastanjes. Het verband tussen deze uitgelezen voorwerpen ontgaat mij als filosoof, maar ik ben er zeker van dat een wiskundige expert in de verzamelingenleer het raadsel kan ontcijferen.

Het weekend is voorbij. A en ik hebben ons huis opgeruimd, zonder veel te zeggen, want in stilte tellen we af naar de volgende doortocht van Ontdekkingsreizigertje Otis.

DE HEMELSLUIZEN

Het regent dat het giet.

Het regent pijpenstelen.

Ik weet niet of er nog een taal is waarin die fantasierijke vergelijking voorkomt:  de zware regendruppels die naar beneden vallen en strepen trekken op de ruit, zijn als rechte pijpenstelen.

In het Engels en het Zweeds regent het katten en honden.

In vele talen valt de regen met bakken (of emmers of kruiken) naar beneden: es schüttet aus Eimern, il pleut des seaux d’eau, llueve a cantaros.

En in het Grieks… regent het fauteuils.

Ja, daar word ik nu stil van. Ik zou dan wel een parafauteuil willen.

RECTOR SELS

Het verheugt mij, mijnheer de rector, dat u de academische beginselen verdedigt: de vrijheid van denken en de vrijheid van meningsuiting. Beide beginselen vormen trouwens ook de steunpilaren van een democratische politiek. U ziet die vrijheden bedreigd door de social media en twitter: doordat die elke nuancering missen, drijven ze polarisering op de spits, en verhinderen ze de uitwisseling van gedachten en opinies. Ik ben het helemaal met u eens.

Toch raadt u academici niet aan om de social media te mijden en het twitteren op te geven. Integendeel, u acht zo iets onmogelijk. U pleit voor een voorzichtig en doordacht gebruik van twitter en u acht het mogelijk om in het debat op twitter meer nuance aan te brengen. Hier ben ik een heel andere mening toegedaan.

Een genuanceerd debat op twitter is onmogelijk. Twitter is het domein van de oneliners, en in tegenstelling tot wat vaak geloofd wordt, maken oneliners niet het hoogtepunt van de discussiecultuur uit, maar zijn ze er de doodgravers van. Nadenken, discussiëren en een weloverwogen mening verwoorden vergen tijd, een lange adem, een volgehouden aandacht. Twitter is vluchtig, kortademig, nerveus, verstrooid.

Wie traint voor de marathon, doet dat niet door sprintjes van 100 meter te trekken.

Ik wens u het beste met onze alma mater.

Waar geen reden is — Yiyun Li

Hoe ga je als moeder om met de zelfmoord van je zoon? Hoe verwerk je dat diep treurige voorval, hoe kom je ermee in het reine? De vragen die Yiyun Li behandelt, komen uit haar eigen leven, want haar eigen zoon heeft op zestienjarige leeftijd zelfmoord gepleegd. In het Nederlands dreigt een dubbelzinnigheid uit de Engelse titel Where Reasons End verloren te gaan: ‘reason’ betekent zowel ‘reden’ als ‘rede’. De rede zoekt naar redenen, de rede begrijpt wanneer ze de redenen kent; onvatbaar voor de rede is wat zonder redenen gebeurt. Waar geen reden is, waar de rede op haar grenzen botst, daar probeert de moeder tot een gesprek te komen met haar zoon, die in het verhaal Nikolai heet. (De zoon van Yiyun Li heet Vincent, zoals blijkt uit de dedicatie: het Latijnse vincere is dus omgezet in het Griekse nikê.) De moeder probeert haar zoon te ontmoeten via de enige weg die voor haar nog open ligt: de weg van woorden. In dat (gefingeerde) gesprek komen we weinig of niets te weten over de zelfmoord, er wordt niet naar verklaringen gezocht, er vindt geen uitwisseling van informatie plaats. Woorden worden uitgewisseld – woorden die een samenspraak en een samenzijn stichten. Die woorden worden voortdurend onder de loep genomen en becommentarieerd. Het woord ‘perfect’ bijvoorbeeld. ‘Perfect’ hoort bij de uitzonderingen binnen de klasse van bijvoeglijke naamwoorden, want het kent geen vergelijkende of overtreffende trap: ‘perfecter’ bestaat niet. Waar gewone bijvoeglijke naamwoorden zoals ‘mooi’ of ‘goed’ een openheid creëren, omdat ze een vergelijking toestaan, daar trekt het woord ‘perfect’ een muur op, en heeft het elke uitweg dicht getimmerd. De woorden roepen herinneringen op en vroegere meningsverschillen, het gesprek verloopt vaak op het scherp van de snee, en humor wordt in dit treurspel niet geschuwd. Stilaan vormt zich een ruimte waar moeder en zoon elkaar vinden: een ruimte vol verlangen waar een van elke sentimentaliteit ontdane verhouding ontstaat.

Yiyun Li, Waar geen reden is. Nieuw Amsterdam, 2021, 142p.

SEPTEMBER

Als de zomer gewillig afscheid neemt en voegzaam wijkt voor de schaduwrijke herfst,

zie dan hoe traag het licht langs de kastanjes strijkt, neerwaarts zijgt en dooft, hoe de eerste gekrulde blaren verstrooid liggen over het land en de laatste bloemen zich in gebroken kleuren hullen,

hoor hoe de wind die ruisend door de bossen zwerft, het oprukken van een verre duisternis verzwijgt…

IN MEMORIAM MIKIS THEODORAKIS

De gisteren overleden Griekse componist Mikis Theodorakis heeft voor mij het moeilijk begaanbare arrenspoor naar de shoah getrokken. Sinds ik als zestienjarige zijn Mauthausen-liederen hoorde, maakt het trauma van de westerse cultuur als een onverteerbare rest deel uit van mijn leven. Op een huiveringwekkende manier koppelt de door hem gecomponeerde klaagzang een ontroostbare droefheid aan een wanhopige opstandigheid. Er zijn vele vertolkingen en vertalingen, maar het liefst luister ik naar de originele versie in het klankrijke Grieks, bijvoorbeeld door de Amerikaanse protestzangeres Joan Baez: door haar frêle, maar onverzettelijke stem verwerft de eenvoudige tekst een unieke kracht.

Τί ὡραία ποὺ εἶν’ ἡ ἁγάπη μου (Ti horaia pou ein i agapi mou / Hoe mooi is mijn geliefde)