STRENG

Streng zijn is een vorm van liefde, lees ik in een interview. Het is een uitspraak die te denken geeft; meestal, immers, wordt liefde in verband gebracht met zachtheid. Liefde sluit strengheid echter geenszins uit, want liefde durft de geliefde aanspreken op zijn of haar tekortkomingen. Ze gelooft voluit in de mogelijkheden van de geliefde en dat die dus in staat is om de confrontatie met het eigen falen aan te gaan. Dat is het verschil tussen liefde en medelijden. Medelijden gedoogt wat er gebeurt, legt er zich bij neer. Daarom kan medelijden een situatie nooit veranderen, maar enkel bestendigen: het leeft van de toewijding om zich zo goed mogelijk aan het bestaande aan te passen en verzaakt aan de liefdevolle kracht om het bestaande te overstijgen. Medelijden heeft het geduld vereist in hopeloze situaties, liefde het geloof in een overwinning op het hopeloze. Medelijden leeft mee: één plus één. Liefde leeft samen: één plus één is drie.

ADEL

En of ze broer en zus zijn. Verwanten in de familie der bedremmelden.

Zij staat erbij als een tienermeisje, het linkerbeen voor het rechter gekruist, de vingers in de zakken van de jeans gefriemeld.

Hij draagt een bleek, slecht zittend jasje, met daaronder een geruit hemd waarvan de rechtermouw onder het jasje uit piept, de linker niet.

Maar hun gezichten stralen een stille tevredenheid uit, de kalmte van een eindelijk, na bijna een halve eeuw, verkregen rust, de gunst van een ontmoeting.

Hoe adellijk kan het gewone leven zijn…

Galicische wetten – Philippe Sands

Het internationaal recht heeft in de loop van de twintigste eeuw ingrijpende veranderingen ondergaan. Het strafrecht beschikt nu over de mogelijkheid om ‘misdaden tegen de mensheid’ te vervolgen en staten te beschuldigen van ‘genocide’. Dat is een van de verwezenlijkingen van het Neurenberg-proces, dat vlak na de Tweede Wereldoorlog door de Geallieerden gehouden werd met de bedoeling om de door nazi-Duitsland gepleegde misdaden, zoals de in de concentratiekampen gepleegde volkerenmoord, te veroordelen. Hoe dat proces met de nieuwe strafrechtelijke omschrijvingen tot stand gekomen is, vertelt Philippe Sands in Galicische wetten.

Het verhaal begint in de stad die nu in het westen van Oekraïne ligt en Lviv heet, maar in het begin van de twintigste eeuw aan de oostelijke grens van de Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije lag, in het landsdeel Galicië, en toen bekend stond als Lemberg, en tussen de twee oorlogen in nu eens deel uitmaakte van Polen, dan weer van Rusland, en respectievelijk Lvov dan wel Lwow genoemd werd.

Vier mannen spelen de hoofdrol in dit boek, een Duitser en drie Joden. Om te beginnen: Hans Frank, aanvankelijk juridisch adviseur van de Führer. Later na de inval van Duitsland in Polen werd hij de ongekroonde koning van de door Duitsland bezette gebieden in het oosten, het Generaal-Gouvernement. In die functie verleende hij zijn volle medewerking aan de Endlösung. Vervolgens Hersch Lauterpacht en Rafael Lemkin. Beiden studeerden in de jaren twintig aan de rechtsfaculteit van de universiteit van Lemberg/Lvov. Onafhankelijk van elkaar bekritiseerden ze het internationaal recht, dat vooral op het soevereiniteitsbeginsel stoelde. Lauterpacht ontwikkelde de gedachte dat er ‘misdaden tegen de mensheid’ bestaan en Lemkin kwam tot de strafrechtelijke formulering van het delict ‘genocide’. De vierde man, ten slotte, is de grootvader van de auteur, Leon Buchholz, die in Lemberg geboren werd en door een administratieve fout aan de shoah ontsnapte.

De auteur zelf, Philippe Sands, doceert Internationaal Recht aan University College London. Terwijl hij met zijn boek in de vergeten geschiedenis van Galicië graaft, stelt hij de verloren gegane stamboom van zijn familie langs moederskant samen. Hij herinnert aan de vele mensen, vaak uit zijn eigen familie, die vermist zijn, verdwenen, in rook opgegaan. Hij brengt een reflectie over politiek en recht op gang, maar ook over verantwoordelijkheid en schuld. Hij bewondert en rouwt, hij treurt en mijmert, huilt en lacht. Zoals velen onder ons, zoekt hij naar verzoening met wat is geweest.

Philippe Sands, Galicische wetten. Spectrum, 2018, 512p.

EEN VALSE NAAM

Dat een schrijver gebruik maakte van een pseudoniem, kom je vaak pas te weten op het moment dat hij (of zij) sterft. Zo ook met Aster Berkhof, die in de burgerlijke stand geregistreerd staat als Louis Van den Bergh. Eigenlijk had ik het kunnen vermoeden: de naam ‘Aster Berkhof’ is te mooi om waar te zijn. Hij is geplukt uit de tuin van zijn ouders, waar asters bloeiden in de schaduw van berkenbomen. Wat is schrijven tenzij het nabije en voor de hand liggende oplichten met de magie van taal, het alledaagse en vanzelfsprekende verzinnen?

TIJDSGEWRICHT

Meestal wordt de tijd voorgesteld als een enkelvoudige, continue lijn, maar het  Nederlandse woord ‘tijdsgewricht’ geeft iets anders te kennen. In een gewricht komen twee beenderen samen, en wel zo dat die beenderen ten opzichte van elkaar kunnen draaien. Het woord ‘tijdsgewricht’ suggereert dus dat de tijd niet bestaat als een opeenvolging van identieke deeltjes, maar als de verbinding van verschillende stukken – een verbinding die de stukken niet aan elkaar last, maar ze de vrijheid geeft om ten opzichte van elkaar te bewegen.

Een gewricht moet een soepele verbinding tot stand brengen. Te stroef en het loopt vast, te los en het valt uiteen. In Hamlet van William Shakespeare staat de fameuze uitspraak: ‘The time is out of joint’. De tijd is uit zijn voegen, de tijd heeft zich verstuikt, de tijd is ontwricht. En Hamlet vervloekt zijn lot, omdat hij zich verplicht voelt de ziekte van de tijd te genezen, de breuk te herstellen en wat uit zijn voegen is, te helen.

We zijn vertrouwd met die andere ervaring uit Hamlet: ‘Something is rotten in the state’. Maar wie staat recht en gaat de uitdaging aan? Wie zal onze ontwrichte tijd spalken?

GOAT

Ik vind het niet meer dan terecht dat Donald Trump genomineerd is voor de Nobelprijs voor de vrede.

Waarop wordt overigens gewacht om hem te nomineren voor de Nobelprijs voor geneeskunde? Is men onder zijn leiderschap niet op weg om een vaccin tegen covid-19 te ontwikkelen en in oktober op de markt te brengen, nadat hij in een heel vroeg stadium al experimenteerde met injecties van bleekmiddel en uv-bestraling? En zal hij niet precies weten wie in aanmerking komt voor een behandeling?

Ik zou hem trouwens ook nomineren voor de Nobelprijs literatuur. In The Beautiful Poetry of Donald Trump heeft Rob Sears zijn ongeëvenaarde poëtische uitlatingen gepubliceerd.

Zijn haiku’s bijvoorbeeld. Over John McCain:

Graduated last

Doesn’t know how to win

Not a war hero

Of over Barack Obama:

Is not who you think

The worst ever president

Founder of ISIS

(Tel ze maar, de lettergrepen!)

Of de volgende elegische klacht.

People are constantly attacking my hair

I think it’s very unfair

Obama said he never met his uncle, Oscar

Imagine if I made that statement it would be the electric chair

Mount Rushmore is wel het minste dat ze voor hem kunnen doen!

UITSCHOT

Een man wordt mishandeld en levensgevaarlijk toegetakeld door een politieteam. Tijdens hun interventie brengen politieagenten de nazi-groet, de gestrekte arm stijf in de lucht, en voor wie het niet zou begrijpen brengen ze twee vingers naar de bovenlip ter ere van de leider van het Duizendjarige Rijk, dat twaalf jaar stand hield. Nadien stoppen ze het hele gebeuren met man en macht in de doofpot.

Een student wordt mishandeld door studiegenoten die willen vaststellen of hij mans genoeg is om toe te treden tot de zogenaamde vriendenclub. Ze zweren trouw aan een eer die niets in ere houdt, en worden deelgenoot van een niet op te biechten geheim. Want ze geloven dat de meest hechte band tussen mensen bestaat uit de dwang om alle bruggen die terugvoeren naar het verleden, op te blazen.

Ze bestaan dus nog: de broederschappen van het abjecte die zich sluiten rond de medeplichtigheid aan een smerige geschiedenis en hun trouw smeden op het aambeeld van de geheimhouding. Het enige verweer die buitenstaanders rest, is de hoop dat iemand toch zal spreken. ‘One man will always be left alive to tell the story’, aldus een hoopvolle Arendt in de laatste bladzijden van Eichmann in Jerusalem.

GEFLIETST

De zaligste uitvinding van de voorbije honderd jaar is zonder enige twijfel

DE ELEKTRISCHE FIETS.

Het nieuwe rijwiel ontneemt je de wrevel tegen de natuurelementen, want beuken tegen de wind in verandert in moeiteloos sparren. Het verzoent je met de treiterige bulten in het landschap, want bergop of bergaf maakt geen verschil. Het stopt de transpiratie en bevordert de inspiratie en recreatie. Het maakt komaf met de dwangarbeid en vervangt die door onbekommerd jolijt.

Alleen hebben we een nieuw woord nodig voor het prachtding.

Wat dacht je van

DE FLIETS

TRINI LOPEZ

In feite was zijn naam mij ontschoten. Maar toen ze op het journaal over zijn zangcarrière begonnen, kwamen alle liedjes terug: If I had a Hammer, en natuurlijk La Bamba. Dat daarin aangedrongen wordt op ‘una poca de gracia’ lapten wij aan onze laars. Wij schuimden onvervaard de dansvloer af, kozen à volonté meisjes om ze weliswaar heel braaf te kussen.

En onstuitbaar schoot de Vlaamse versie van zijn I wanna be in America door mijn hoofd. Geen West Side Story, geen raciale verschillen, geen heftige emoties, gewoon oer-Vlaamse rijwielkolder – vintage flauwekul, gezongen uit volle borst:

(I)k ree met de velo nor Amerika

‘k zag daar ne beatle in een pizjama

‘k zei bonjour en hij zei dada

‘k trok on zên hoar en hij riep mamaa

(op de melodie van I wanna be in America)

GEERT

Hij was de sterkste man die ik ooit aan het werk gezien heb, toen hij een gietijzeren kachel de trap opdroeg, één hoog, ondertussen lichtjes uitdagend, een van zijn geliefde poses, de smartlap van Louis Neefs zingend, ‘Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien’. Hij had een stem als een klok, de vergelijking leek voor hem gemaakt, hij kon bulderen als geen ander, met meer decibel dan de schreeuw ‘Vlaanderen de leeuw’ van Jan Decleir in de film. Hij was een verbale tovenaar, onophoudelijk babbelend over de koers en het onderwijs en zijn moestuin en de kerk en alles wat in de vrolijke achtbaan van zijn hoofd opkwam, razend van de ene woordspeling naar de andere – een waterval van de talen die hij machtig was, het AN dat hij feilloos sprak, het Izegems, het Engels, het Duits… Hij was een gelovige die het christendom niet wou opgeven, maar op zoek ging, altijd opnieuw, naar het woord dat in den beginne was.

Een jaar geleden sloeg het noodlot snoeihard toe. Een zware hersenberoerte. Dagenlang lag hij tussen leven en dood, wekenlang wist hij niet dat hij leefde. Maar zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen wekten in hem het bewustzijn en brachten hem terug onder de mensen, tussen de woorden en de herinneringen en de gedachten.

Nu spreekt hij trager, hij neemt opnieuw deel aan gesprekken. Zijn kwinkslagen zinderen opnieuw door de kamer. Bij het afscheid vanmiddag zegt hij: ‘Ik zal niet meer de oude worden, maar ik word beter’. In onze blik glimt het aandenken aan een jarenlange vriendschap.