MAARTSE ODE

Waar reikt hij naar, de pruimelaar, nu hij zijn bloesems aanbiedt, als had hij korven vol stokbrood op zijn schouders

Waar doelt hij op, de tulpenboom, nu hij vurige tongen ontsteekt, als wou hij spreken met duizenden lippen

Waar droomt hij van, de japanse kerselaar, nu hij zich tooit in rozerood, als was het leven een chanson

Waar lacht hij om, de forsythia, nu hij klokje na klokje vrijgeeft, als droeg hij de zon op handen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.